Bij het plaatsen van zonnepanelen speelt de hellingsgraad een belangrijke factor. Zonnepanelen worden geplaatst om zonlicht op te vangen, waardoor de energie kan worden omgezet in elektriciteit. De hellingsgraad van de zonnepanelen heeft invloed op de op te vangen hoeveelheid zonlicht, die er door de zon als energiebron wordt verstrekt. Het is dus van belang dat de hellingsgraad van de zonnepanelen zo gunstig mogelijk wordt ingesteld, waardoor het grootste rendement verwacht kan worden. Bij het bepalen van de hellingsgraad van de zonnepanelen is het weer van belang om rekening te houden met omgevingsfactoren. Daarbij kan er gedacht worden in welke richting de zonnepanelen bijvoorbeeld geplaatst worden.

Hellingsgraad zonnepanelen bepalen

Het is over het algemeen wel bekend dat de zonnepanelen op het dak het beste in de zuidelijke richting geplaatst kunnen worden. Als het dak en andere omgevingsfactoren het toelaten wordt gesteld dat de zonnepanelen in de richting van het zuiden het beste renderen met een hellingsgraad van 36 graden. In dat geval is de opbrengst van de zonnepanelen het hoogst. Overigens zal een hellingsgraad tussen de twintig en zestig graden bij zonnepanelen in een zuidelijke richting slechts vijf procent minder opbrengst hebben per jaar. De hellingsgraad van 36 graden kan dus worden aangehouden bij zonnepanelen in zuidelijke richting. Indien de zonnepanelen in zuidoostelijke of zuidwestelijke richting worden geplaatst, kan de opbrengst nog altijd vijfennegentig procent van de zoninstraling opvangen. Mochten de zonnepanelen naar het oosten of westen worden gericht, dan zal een dakhelling van twintig graden nog altijd tachtig tot vijfentachtig procent opleveren. Voor daken, waar de zonnepanelen niet in zuidelijke richting kunnen wijzen, kan de ideale hellingsgraad berekend worden aan de hand van een zogenaamd instralingdiagram. Overigens kunt u zelf de zonnepanelen eenvoudig installeren en ook aan de hand van de algemene regel of instralingdiagram de hellingsgraad bepalen.