De zonnepanelen die men kent zijn in het algemeen onderverdeeld in twee types die elk hun eigen specifieke methode gebruiken om energie op te wekken, te verwerken en nadien eventueel op te slaan of door te geven aan een installatie die deze kan gebruiken. Zo zijn er in het algemeen twee soorten zonnepanelen beschikbaar op de markt. Dit zijn de zonnecollectoren en de fotovoltaïsche panelen. Deze verschillen erg van werking maar zien er in het algemeen bijna hetzelfde uit. De zonnecollectoren zijn zonnepanelen waardoor een leiding met een vloeistof loopt. Door het opvangen van de zonnestralen warmen de zonnepanelen op en geven ze die warmte af aan de vloeistof in de leiding. Dit opgewarmd water, of een andere vloeistof maar voornamelijk is dit toch water, kan dan gebruikt worden voor tal van doeleinden zoals bijvoorbeeld een zwembad of de sanitaire voorzieningen in huis. Ook kan dit opgewarmde water gebruikt worden door andere installaties die dit gebruiken om energie of warmte op te wekken.

De fotovoltaïsche panelen zijn dan weer de panelen die echt een stroom opleveren. Het uiterlijk van de panelen is bijna identiek aan de zonnecollectoren, zij het dan met een groot verschil daaronder. Achter de plaat die de zonnestralen absorbeert zitten namelijk twee siliciumplaten die een stroom genereren onder invloed van de warmte van de zonnepanelen. Deze stroom kan dan ofwel doorgegeven worden aan een aangesloten installatie die deze opslaat en/of verdeelt over het huis, of deze kan de stroom meteen terugleveren aan het stroomnet. Die laatste is een interessante manier aangezien men dan via de elektriciteitsleverancier een contract kan afsluiten waarbij men beslist stroom te leveren aan het stroomnet. Men ontvangt dan ook een vergoeding voor de bijdrage aan groene stroom. Zo kan U eveneens Uw investering sneller terugwinnen.