Energie is een vermogen om te werken. We gebruiken energie overal om ons heen. Alles heeft energie nodig, van planten en dieren tot de mens, om te kunnen leven. Alle machines hebben energie nodig zodat ze kunnen werken. De wereldbevolking stijgt dus is er ook meer nood aan machines, d.w.z. dat er ook veel meer energie nodig is om ze te laten werken. De aanvraag voor energie is tien keer zo groot geworden. Deze soort energie is dus ook in de vorm van elektriciteit gevraagd. De meeste energie wordt gemaakt door middel van fossiele brandstoffen; steenkool, gas en olie, daarmee wordt water gekookt en omgezet naar elektriciteit. Uit de statistieken blijkt dat ongeveer 1 miljoen ton in de hele wereld verbrand wordt in 1 uur tijd. We hebben nog genoeg olie en gas voor ongeveer 50 jaar en steenkool 300 jaar. Als deze brandstoffen verbrand worden veroorzaken ze heel veel schade aan het milieu.

Daarom zijn er ook mensen in de hele wereld op zoek naar ‘alternatieve energie’, met alternatief bedoelen ze fossiele brandstoffen. Veel mensen vinden kerkenergie een goede alternatieve energiebron voor fossiele brandstoffen, maar dat lever een hoop gevaarlijke afval en bij een accident kan dit naar een wereldramp leiden. Uranium is de belangrijkste stof bij kernenergie en naar schatting zal die stof in de komende 60 jaar uitgeput zijn

Onze natuur biedt daar ook veel verschillende natuurlijke energiebronnen. Zonne-energie, windenergie, waterenergie. Deze energie bronnen raken nooit uitgeput, daar moeten we van profiteren en manieren zoeken om het goed te kunnen gebruiken, want deze energie is goedkoop, veilig en schoon!

Zonlicht omzetten in elektriciteit

De eerste zonnepanelen die zonnelicht konden omzetten naar elektriciteit werd in de jaren 1880-1890 uitgevonden.  Maar deze eerste zonnecellen werden pas na 1953 verbeterd. Het waren Amerikaanse wetenschappers die deze zonnecellen goed lieten werken, maar toen waren ze ook heel duur. Voor NASA was deze soort energie die geproduceerd werd door  zonnecellen het beste manier om in de ruimte elektriciteit te verkrijgen.

De eerste satelliet die op zonne-energie werkte was ‘De Vanguard One’, deze werd in 1959 gelanceerd. Het was in de jaren 70 dat door gevolg van een energiecrisis de vraag vergrootte en de prijs met 90% daalde voor zonnepanelen. Daardoor was de kwaliteit ook beter geworden. Tegenwoordig wordt deze technologie in alledaagse voorwerpen gebruikt, bv. horloges, rekenmachines, boilers,… en ze worden ook gebruikt om voor energie te zorgen op afgelegen plaatsen. Maar wanneer we veel energie nodig hebben bv. ’s nachts en in de winter schijnt de zon minder op onze zonnepanelen.

De zon geeft ons ook één-vijfde van onze behoeften aan warmte. Men kan de ontsnapping van deze warmte verhinderen door je huis te isoleren. Een gesloten ruimte door glas kan nog veel meer warmte inhouden, bv. een serre.