De zonnecellen, die voor het fabriceren van zonnepanelen worden gebruikt, worden steeds verder ontwikkeld. Er is dan ook al sprake van de zogenaamde derde generatie zonnepanelen. De eerste generatie zonnepanelen bestond nog uit de silicium kristallijn zonnecellen en de tweede generatie zonnepanelen bestaat uit dunne-film zonnecellen. De zonnepanelen van de derde generatie zijn ontwikkeld met onder meer polymeer zonnecellen, quantum-dots, dye-sensitized zonnecellen en nano antennes. Deze termen zullen de gemiddelde consument weinig zeggen, maar het komt er neer dat er bij de derde generatie zonnepanelen sprake is van een nog lichter materiaal. Van de derde generatie zonnepanelen zijn de polymeer zonnecellen bij het grote publiek wel bekend als plastic zonnecellen.

Een van de grote voordelen van het steeds maar verder ontwikkelen van zonnepanelen is dat de kostprijs uiteindelijk ook lager zal worden. De eerste zonnepanelen, die op de markt werden gebracht, waren gelet op de prijs niet weggelegd voor het grote publiek. Tegenwoordig kan in principe iedereen zonnepanelen van de derde generatie kopen. De prijzen worden steeds lager, waardoor het voor een groter publiek interessant zal worden om over te stappen op zonnepanelen. Zonnecellen van de derde generatie worden ook organische zonnecellen genomen, waarin geen silicium meer voorkomt. Dit type zonnecellen kan aan de lopende band geproduceerd worden en is daardoor ook stukken goedkoper. Organische zonnecellen hebben als kenmerk dat ze plooibaar zijn en daarom als een deklaag kunnen worden aangebracht. De deklaag kan toegepast worden op gebouwen, maar ook auto's en zelfs op kleding. Silicium heeft een hoge kostprijs en aangezien er in de derde generatie zonnecellen geen silicium meer nodig is, worden de prijzen van zonnepanelen lager. Een van de nadelen is wel dat de ontwikkeling er niet toe heeft geleid dat er al een beter rendement met de derde generatie zonnepanelen behaald kan worden ten aanzien van de klassieke zonnepanelen.