Zoeken
Zonnepanelen
Duurzame energie
Energie Bronnen
Windenergie
Wind is een duurzame energiebron, het geraakt nooit op en het is ook niet schadelijk voor ons milieu. Windmolens produceren nu even veel energie als twintig steenkool gestookte centrales. Het gebruik van deze energiebron neemt steeds toe in de wereld. De meeste windmolens worden op het land gebouwd maar ook een deel in de zee. Windmolens worden ook gebruikt om water op te pompen, deze produceren geen energie maar verbruiken het ook niet. Windmolens draaien gemiddeld 6000 uur per jaar en gaan ongeveer 25 jaar mee. De productie is 50 watt tot 2000 kilowatt. De perfecte windsnelheid voor een windmolen ligt tussen de 6 en 25 m/s. De stalen bladen draaien 34 keer per minuut. Maar er zijn ook nadelen aan deze energiebron, sommige mensen vinden dat ze de horizon vervuilen en veel lawaai maken. Maar ze waarderen de voordelen beter dan de nadelen.
Waterenergie
De eerste zonnepanelen die zonnelicht konden omzetten naar elektriciteit werd in de jaren 1880-1890 uitgevonden. Maar deze eerste zonnecellen werden pas na 1953 verbeterd. Het waren Amerikaanse wetenschappers die deze zonnecellen goed lieten werken, maar toen waren ze ook heel duur. Voor NASA was deze soort energie die geproduceerd werd door zonnecellen het beste manier om in de ruimte elektriciteit te verkrijgen. De eerste satelliet die op zonne-energie werkte was ‘De Vanguard One, deze werd in 1959 gelanceerd. Het was in de jaren 70 dat door gevolg van een energiecrisis de vraag vergrootte en de prijs met 90% daalde voor zonnepanelen. Daardoor was de kwaliteit ook beter geworden. Tegenwoordig wordt deze technologie in alledaagse voorwerpen gebruikt, bv. horloges, rekenmachines, boilers,… en ze worden ook gebruikt om voor energie te zorgen op afgelegen plaatsen. Maar wanneer we veel energie nodig hebben bv. ’s nachts en in de winter schijnt de zon minder op onze zonnepanelen.
Bio-energie
Wetenschappers hebben een nieuwe manier uitgevonden om elektriciteit te produceren met behulp van biomassa. De meest gebruikte methode was het verbranden van plantaardige materialen als hout en oud papier om met de vrijgekomen warmte water te laten koken en stoom te produceren. Net als in steekkolencentrales worden met de stoom turbines aangedreven die in verbinding staan met een generator. Centrales gebruiken ook nu gasturbines die de bladen direct in werking zetten met hete gassen. Sommige biogascentrales gebruiken zaagsel als brandstof voor de productie van hete gassen die bovendien ook nog worden gebruikt voor de productie van stoom, waardoor extra veel elektriciteit kan worden geproduceerd.
Kernenergie
Kernenergie kan ook zorgen voor grote hoeveelheden elektriciteit, dat gebeurt door het splitsen van de atomen van uranium. Eerst werd deze kernsplitsing gebruikt om wapens(atoombomen) mee te maken, maar later ontdekten wetenschappers dat ze er ook elektriciteit mee konden opwekken. Kernbrandstoffen lossen geen afvalgassen die zure regen kunnen veroorzaken met als gevolg dat de aarde opwarmt. Er komen echter schadelijke stralingen vrij waarmee we heel voorzichtig moeten omgaan. Frankrijk maakt 50% gebruik van kernenergie, Zweden 40% en Belgie slechts 6%. Sommige landen schrikken zich af na het ramp in Tsjernobyl (Sovjet-Unie) en bouwen geen kerncentrales meer.
Fossiele brandstoffen
Op dit moment zijn fossiele brandstoffen de meest conventionele brandstoffen. Nu wordt de energievoorziening meestal opgewerkt door het verbranden van olie, kolen en gas. Het is een methode die veel nadelen kent. Een eerste nadeel is dat er veel schade aan het milieu wordt veroorzaakt door schadelijke gassen zoals CO₂ die tijdens het verbrandingsproces vrijkomen. Dit is wat men in de volksmond het ‘broeikaseffect’ noemt. Een volgend nadeel is dat fossiele brandstoffen niet onuitputtelijk zijn dit wilt zeggen dat ze ooit opgeraken. Om zat te voorkomen moeten we opzoek gaan naar nieuwe, milieuvriendelijke, methoden om energie op te wekken. De kosten zijn dan weer een voordeel. De kosten voor fossiele brandstoffen liggen veel lager dan bij duurzame energie.
Energie uit aarde en bodem
Overal in onze omgeving vind je energie, in de lucht, bodem, aarde, in het water,… Daarom heet het ook omgevingsenergie. Doordat de bodem wordt verwarmd krijgen we bodemwarmte. Doormiddel van een warmtepomp kan men de vrijgekomen warmte nog warmer te maken tot bruikbare warmte. Hoe dieper je in de aarde gaat hoe warmer het wordt, dat noemen we aardewarmte. Deze bevind zich enkele honderden meters in de grond. Voor verwarming kan men zowel bodem- als aardwarmte gebruiken. In de zomer geeft de bodem ook koelte en kan men die koelte gebruiken voor de koeling van een woning of gebouw. Indien men de warmte of koelte niet gebruikt, wordt die opgeslagen in de bodem. Bij ons vindt men de warmtepompen meestal in de buurt van industrieparken en kantoren. Ze worden dan ook meer en meer gebruikt voor zowel verwarming als koeling. Bodemwarmte is ook ideaal voor het verwarmen van vloeren. Er worden ook proefprojecten uitgevoerd om te zien of ze met bodemwarmte een woonwijk kunnen verwarmen.
